Veerkracht na depressie bij ouderen

Factoren voor herstel van een depressie vanuit het perspectief van ouderen zelf
GGZ InGeest 

In het kort
Hoofdonderzoeker: Dr. Didi Rhebergen
Betrokken instelling: Amsterdam UMC, locatie VUmc, afdeling psychiatrie
Startdatum onderzoek: april 2019
Einddatum onderzoek: juli 2020
Aantal patiënten in onderzoek: 72

De vraagstelling van het onderzoek
Depressieve stoornissen onder ouderen vormen een groot gezondheidsprobleem dat zal groeien onder invloed van de vergrijzing. Er is al veel bekend over risicofactoren en ongunstig beloop van depressie. Dit onderzoek richt zich daarentegen op ouderen die blijvend hersteld zijn van een depressieve periode. Wat zijn de factoren die hen beschermen tegen langdurig aanhoudende depressie en terugval, en die bijdragen aan veerkracht en duurzaam herstel?

Het onderzoek
Eerst worden de gegevens van NESDO (Nederlandse Studie naar Depressie bij Ouderen) geanalyseerd om ouderen te identificeren die gedurende zes jaar blijvend hersteld zijn van een klinische depressie. Binnen de NESDO is bij ouderen depressie gediagnosticeerd op basis van erkend wetenschappelijk onderzoek. Er zijn twee metingen gedaan, een tweejaars en een zesjaars-follow-upmeting. De groep ouderen die op beide metingen niet meer voldeden aan de criteria voor depressieve stoornis, komt in aanmerking voor het onderzoek. Bij hen worden interviews afgenomen om de factoren in kaart te brengen die vanuit hun perspectief hebben bijgedragen aan hun succesvol herstel.
De onderzoekers gaan uit van de begrippen veerkracht en positieve gezondheid. Veerkracht is een combinatie van tegenslag (depressie) en gunstige uitkomst (duurzaam herstel). Positieve gezondheid duidt op eigen kracht en herstelvermogen. Hierbij wordt gekeken naar lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijke participatie, dagelijks functioneren en zingeving.

Verwachte output
De ervaringen van ouderen die blijvend hersteld zijn van een depressie, worden in kaart gebracht om daarmee beschermende en succesfactoren te identificeren. Beleidsmakers, behandelaars en ouderen kunnen deze inzetten ter bevordering van herstel en verbetering van de zorg. Dit geeft richting aan de klinische praktijk en zo kan de ziektelast gereduceerd worden.