De effectiviteit van leefstijlinterventie

Onderzoek naar effecten van gezonde leefstijl bevorderen bij mensen met een ernstig psychiatrische aandoening

In het kort
Hoofdonderzoeker: Jeroen Deenik, MSc
Betrokken instelling: GGz Centraal
Startdatum: mei 2015
Einddatum: november 2017
Deelnemers in onderzoek: 114 patiënten (inclusief controlegroep)

De vraagstelling van het onderzoek
Binnen de geestelijke gezondheidszorg is algemeen bekend dat de fysieke conditie van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) zorgwekkend is. De levensverwachting ligt 10 tot 20 jaar lager vergeleken met de algemene bevolking. Een ongezonde leefstijl met veel overgewicht en weinig lichaamsbeweging speelt hierin een centrale rol. GGz Centraal heeft in samenwerking met TNO de effectiviteit van leefstijlinterventie bij patiënten met EPA in de langdurige zorg getoetst en de implementatie ervan geëvalueerd.

Het onderzoek
De multidisciplinaire leefstijl-bevorderende behandeling (MULTI) richtte zich op algehele activatie en duurzame gedragsverandering met als speerpunten het in beweging krijgen van patiënten en aandacht voor gezonde voeding en eetgewoonten. Afgestemd op de mogelijkheden en interesses van patiënten werd een gestructureerd dagprogramma aangeboden met meer beweging (niet enkel sport-gerelateerd), aandacht voor voeding, psycho-educatie (bijvoorbeeld over bijwerkingen en eten), waarbij ook begeleiders actief meededen. Er werd ook kritisch gekeken naar bestaand beleid (bijvoorbeeld de inzet van een busje voor persoonsvervoer over het terrein). De begeleidingsteams bestonden uit een psychiater, teamleider en verpleegkundigen/begeleiders, diëtist en bewegingsdeskundigen. Vóór en 18 maanden na de start werden zowel lichamelijke als geestelijke gezondheid gemeten. Hiermee zijn veranderingen geëvalueerd in:

  • Mate van beweging
  • Risicofactoren voor hart- en vaatziekten (gewicht, buikomvang en bloedwaarden)
  • Psychotische symptomen
  • Kwaliteit van leven
  • Psychosociaal functioneren
  • Medicatiegebruik

Deze veranderingen zijn vergeleken met patiënten die de gebruikelijke behandeling continueerden. Ook werd nagegaan wat het aandeel was van de hoeveelheid lichaamsbeweging op de gevonden effecten.

Resultaten
Het onderzoek heeft geleid tot de volgende conclusies:

  • Toename van beweging en verbeteringen in risicofactoren voor hart- en vaatziekten, vergeleken met de gebruikelijke behandeling (waar geen verbeteringen werden geconstateerd). Er is geen verbetering gezien in psychotische symptomen.
  • Verbetering van kwaliteit van leven en psychosociaal functioneren.
  • Een afname van medicatiegebruik en met name een afname van medicatie voor de psychiatrische aandoening, vergeleken met de gebruikelijke behandeling. Dit zijn eerste indicaties voor een effect van leefstijlverbetering op medicatiegebruik.
  • De toename van lichaamsbeweging verklaart de effecten niet op zichzelf, wat suggereert dat de behandeling werkzaam is als geheel (inclusief aandacht voor voeding en meedoen van begeleiders e.d.) en niet enkel door toename van beweging.
  • Patiënten en medewerkers zijn positief over MULTI als geïntegreerde behandelvorm en hun eigen rol daarin. Extra inzet in de organisatie ervan (o.a. duidelijkere managementsteun en extra ondersteuning van diëtiste en bewegingsexperts) wordt aangeraden om MULTI definitief te borgen.

Het onderzoek laat zien dat met relatief weinig extra middelen en een multidisciplinaire aanpak duurzame verbeteringen kunnen worden bereikt in de langdurige zorg. MULTI is voor zover bekend de eerste behandelvorm op het gebied van leefstijl in de intramurale geestelijke gezondheidszorg die op de langere termijn zoveel verbetering laat zien.

Animatiefilmpje, mobiele app en meer informatie
Op de website van GGz Centraal staat een informatief en toegankelijk filmpje over het onderzoek van Jeroen Deenik. Alles rondom het proefschrift, inclusief links naar het samenvattende animatiefilmpje en de mobiele app, zijn tevens digitaal te vinden op de website van Universiteit Maastricht.