Alle Hens aan Dek
Korte, intensieve behandeling voor jongeren met angst of dwang, een kleinschalig, verkennend onderzoek
In het kort
Hoofdonderzoeker: dr. Lidewij Wolters
Betrokken instelling: Accare, Rijksuniversiteit Groningen
Startdatum onderzoek: 1 april 2023
Einddatum onderzoek 1 oktober 2024
Aantal patiënten in onderzoek: 12
Resultaten
Ongeveer de helft van de kinderen en jongeren met een angststoornis of een dwangstoornis (OCD) herstelt niet voldoende na de eerste keuze behandeling, cognitieve gedragstherapie (CGT). Daarnaast stopt 10–25% voortijdig met de behandeling. Bij een deel van deze jongeren persisteren de klachten dermate dat ze ernstig belemmerd worden in hun functioneren, met grote gevolgen voor henzelf, hun gezinsleden en de maatschappij. Ze lopen het risico op ernstige scheefgroei in hun ontwikkeling door onder andere schooluitval en verminderde kwaliteit van leven. Voor deze jongeren wordt vaak tijdrovende, dure zorg ingezet zonder dat duidelijk is of het werkt. Voor deze groep bestaat nog geen bewezen effectieve vervolgstap.
In dit project is een nieuw ontwikkelde behandeling voor deze jongeren onderzocht. Deze behandeling, HANDS-ON, is kortdurend en intensief en bestaat uit drie fasen: een voorbereidende fase (3 weken), intensieve behandeling (4 weken) en consolidatie (2 weken). In HANDS-ON werken jongeren, ouders en school nauw samen met het behandelteam om vastgelopen situaties direct aan te pakken. Een belangrijk onderdeel is het formuleren van persoonlijke behandeldoelen, aandacht voor betekenis en motivatie van het kind, ondersteuning voor ouders, en het dagelijks uitvoeren van exposure-oefeningen in het dagelijks leven van de jongere: op school, thuis of op andere plekken waar de problemen zich voordoen.
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een Single Case Experimental Design (SCED). Bij dit type onderzoek wordt gekeken naar individuele trajecten en worden deelnemers nauw gevolgd over de tijd. Twaalf jongeren (10 t/m 18 jaar) deden mee aan het onderzoek. Zij hadden allemaal een angststoornis of OCD en hadden onvoldoende baat bij eerdere CGT. Voorafgaand aan de behandeling doorliep elke deelnemer een baselineperiode van tweeënhalf tot vier weken, waarin de persoonlijke doelen dagelijks werden gevolgd, zoals weer naar school gaan, op openbare plekken komen of minder dwanghandelingen uitvoeren. Daarna volgden negen weken HANDS-ON en vier weken follow-up.
Drie jongeren trokken zich om verschillende redenen terug uit het onderzoek vóórdat de behandeling daadwerkelijk begonnen was (tijdens de wachttijd tot deelname of in de baseline fase). Alle twaalf jongeren die aan de intensieve behandeling begonnen, rondden deze volledig af. Visuele analyses van de individuele trajecten van de deelnemers zijn een belangrijk onderdeel van het analyseren van onderzoeksresultaten bij SCED onderzoek. Uit deze analyses blijkt dat van de twaalf jongeren die HANDS-ON voltooiden, de helft duidelijk zichtbare verbeteringen lieten zien op hun persoonlijke doelen. Nog eens 25% boekte eveneens vooruitgang, zij het in mindere mate. De resterende 25% behaalde de door hen zelf gestelde doelen niet wat de vraag oproept of hun doelen mogelijk te ambitieus waren of dat zij een andere vorm van zorg nodig hebben.
Daarnaast zijn interviews gehouden met jongeren, ouders, schoolprofessionals en therapeuten. Deze inzichten helpen om te bepalen welke onderdelen van HANDS-ON goed werken en waar aanpassingen nodig zijn. De resultaten worden gebruikt om de behandeling verder te verfijnen, met als doel deze uiteindelijk breder beschikbaar en toegankelijk te maken voor de jongeren die het nodig hebben.
English
Nearly half of children and adolescents with anxiety or obsessive-compulsive disorders (OCD) do not reach remission after first-choice treatment (cognitive behavioural therapy; CBT) and 10–25% discontinue treatment prematurely. For them, no evidence-based treatment is available. They may have severe symptoms with a huge impact on daily functioning, family life, and society. These
youth are at risk of developmental delays, among others due to school refusal and reduced quality of life. They often receive time-consuming, expensive treatment without evidence of effectiveness.
The aim of this project was to evaluate and optimise a newly-developed treatment for this group. HANDS-ON is a short and intensive treatment, consisting of three phases: preparation (3 weeks), intensive treatment (4 weeks), and consolidation (2 weeks). It encompasses a close collaboration between the young people, their parents, their schools (if needed) and therapists to tackle those situations that cause most difficulty. A key part of the treatment is the use of personal treatment goals, meaning/motivation for the child, support for parents, and daily therapist-assisted exposure treatment for the young person in real-life settings (e.g., at school, at home, or wherever it is needed the most) at relevant timepoints.
A Single Case Experimental Design (SCED) was used for the study. This type of study examines individual trajectories and closely follows participants over time. Twelve children and adolescents, aged 10–18 years), participated. All had been diagnosed with an anxiety disorder or OCD and did not benefit sufficiently from previous CBT. Before starting HANDS-ON, each participant completed a baseline period lasting between 2,5 – 4 weeks. During this period, their personalised goals—for example, attending school more regularly or reducing compulsive behaviours—were tracked daily. Following the baseline period, they received the HANDS-ON treatment (9 weeks), followed by 4 weeks of follow-up.Twelve participants completed the full intensive treatment and all assessments, including daily goal-tracking. Three participants withdrew from the study before the intensive treatment had started.
Visual analyses of the individual trajectories of participants are an important part of analysing results in SCED research. These analyses show that among the twelve participants who completed HANDS-ON, half made large and visible improvements in their personal goals. A further 25% had made meaningful progress, although to a lesser extent. The remaining 25% did not achieve their individual goals, raising questions of whether the goals should have been adjusted for these youth, or whether they require a different type of care.We also conducted interviews with participants, parents, school staff and therapists, which will further help identify helpful and unhelpful elements of HANDS-ON in order to improve the treatment. These findings will be used to refine the treatment approach. The aim is to make
effective treatment available more widely and more quickly to young people.
