Meten van behandelintegriteit binnen D*Phase psychotherapie-studie
Kortdurende psychodynamische psychotherapie versus cognitieve gedragstherapie voor depressie
In het kort
Hoofdonderzoeker: PhD. Maarten van Dijk, drs. Maartje Miggiels
Betrokken instelling: Dimence
Startdatum onderzoek: 2016
Einddatum onderzoek: verwacht voor eind 2023
Aantal patiënten in onderzoek: 308
De vraagstelling van het onderzoek
Het onderzoek richtte zich op de vraag of kortdurende steungevende psychodynamische psychotherapie (KPSP, internationaal bekend als SPSP) niet-inferieur is aan cognitieve gedragstherapie (CGT) bij de behandeling van een matige tot ernstige depressie.
Daarnaast richtten onderzoekers zich ondermeer op het voorspellen van het therapie-effect voor individuele patiënten, de relatie tussen de werkrelatie met de therapeut en het effect van therapie, werd een nieuwe vragenlijst ontwikkeld voor het meten van behandelintegriteit en werd onderzocht of het switchen van therapeut en/of soort behandeling zinvol is als een behandeling onvoldoende effect heeft.
Hoofdonderzoeksvraag was: is kortdurende steungevende psychodynamische psychotherapie (KPSP/SPSP) bij depressie even effectief als cognitieve gedragstherapie (CGT)? is.
Het onderzoek
Depressie heeft een grote impact op het dagelijks leven. Hoewel CGT wereldwijd als ‘gouden standaard’ geldt, is het belangrijk dat er meerdere effectieve behandelopties zijn, omdat patiënten verschillende voorkeuren en behoeften hebben. KPSP is een gestructureerde, kortdurende psychodynamische therapie die zich richt op het opbouwen van een veilige behandelrelatie en het ondersteunen van de patiënt vanuit een psychoanalytisch kader. In deze Nederlandse, gerandomiseerde non-inferioriteitsstudie werden 290 patiënten met een matige tot ernstige depressie willekeurig toegewezen aan 16 sessies CGT of KPSP, verspreid over acht weken. De ernst van de depressieve klachten werd gemeten met de IDS-SR-vragenlijst. Daarnaast werden functioneren en welbevinden geëvalueerd. Therapietrouw en behandelintegriteit werden zorgvuldig bewaakt, en therapeuten waren getraind in beide behandelvormen.
Resultaat
Uit het onderzoek bleek dat KPSP/SPSP niet onderdoet voor CGT in het verminderen van depressieve symptomen: beide behandelingen waren even effectief. Patiënten die KPSP volgden, lieten zelfs een iets hoger welbevinden zien. Dit ondersteunt het belang van keuzevrijheid voor patiënten met depressie. De resultaten laten zien dat KPSP/SPSP een volwaardige behandeloptie is naast CGT. Het ontwikkelen van een betrouwbaar meetinstrument voor de behandelkwaliteit van KPSP bleek complex, maar er zijn tijdens het onderzoek belangrijke stappen gezet. Niet alle onderzoeksvragen zijn al volledig beantwoord; vervolgpublicaties zullen onder meer ingaan op het voorspellen van therapie-effect, de invloed van de werkrelatie tussen patiënt en therapeut en op de effecten van een switch van therapie.
Dit onderzoek draagt bij aan het vergroten van het behandelaanbod voor depressie en onderstreept het belang van keuzevrijheid en maatwerk in de ggz.
