Samen zorgen voor betere zorg
Implementatie van een innovatieve gepersonaliseerde zelfmanagement toepassing in de behandeling van mensen met depressieve klachten
In het kort
Hoofdonderzoekers: Dr. Hariëtte Riese & Dr. Jojanneke A. Bastiaansen
Betrokken instelling: UMC Groningen, afdeling psychiatrie
Startdatum onderzoek: 2018
Einddatum onderzoek: 2023
Aantal patiënten in onderzoek: 150 (ZELF-i) + 100 (Therap-i)
De vraagstelling van het onderzoek
Depressie heeft ingrijpende gevolgen voor wie eronder lijdt en zijn naasten. Goede behandelingen kunnen de ziektelast verminderen en de kwaliteit van leven verbeteren. Deze onderzoekers veronderstellen dat betere zorg alleen kan worden bereikt als patiënten, onderzoekers en behandelaars de handen ineenslaan. De patiënten wordt gevraagd zichzelf intensief te monitoren. De onderzoekers brengen vervolgens de gegevens in kaart en de behandelaars geven persoonlijke feedback aan de patiënten. In beide projecten worden op basis van vragenlijsten de interventiegroepen vergeleken met een controlegroep die de reguliere behandeling krijgt. Daarnaast wordt door middel van interviews in kaart gebracht wat patiënten zelf van de interventie vinden. Het gezamenlijke doel van beide projecten is een effectieve behandeling toegespitst op de individuele patiënt in plaats van de gemiddelde patiënt met depressieve klachten.
Het onderzoek
Het onderzoek bestaat uit twee projecten waarin zelfmetingen op de smartphone centraal staan: ZELF-i voor mensen met depressieve klachten in de basis en gespecialiseerde GGZ, en Therap-i voor mensen met complexe depressieve symptomatologie in de derdelijnszorg.
Project 1. ZELF-i (ZELFmanagement-Interventie) is een webapplicatie voor mobiele telefoons in combinatie met digitale feedback. Het heeft twee gestandaardiseerde modules die aansluiten bij effectieve behandelingen voor depressie: een ‘Doe’-module gericht op positieve emoties en activiteiten, en een ‘Denk’-module gericht op negatieve gevoelens en denkpatronen. Belangrijke uitkomstmaten zijn depressieve klachten, zelfregie, en sociaal functioneren. Door dit project zal de kennis van werkingsmechanismen bij individuele patiënten toenemen en leren we meer over wat werkt voor wie.
Project 2. De Therap-i (Therapie-interventie) module bestaat ook uit het toevoegen van een webapplicatie voor zelfmetingen op de smartphone en terugkoppeling van verzamelde gegevens, aan de reguliere zorg. De onderzoeksvraag van dit project is of Therap-i een gunstig effect kan hebben op depressieve klachten, het sociaal functioneren, en gevoel van controle op het eigen leven en klachten. Het bijzondere van Therap-i is dat patiënten hun eigen gepersonaliseerde dagboek items kiezen en dat de verzamelde gegevens worden verwerkt in een rapport met gepersonaliseerde grafieken. Hiermee kunnen zowel patiënten als therapeuten beter zicht krijgen in schommelingen in klachten en welke factoren daar mogelijk van invloed op zijn. Deze gepersonaliseerde kennis in klachtenprofielen wordt gebruikt om de behandeling beter af te stemmen en de gedeelde besluitvorming te verbeteren.
Resultaten onderzoek
Dankzij smartphones kunnen mensen met depressieve klachten nu eenvoudiger zelf hun alledaagse stemming en omgevingsinvloeden bijhouden en onder de loep nemen buiten de spreekkamer. Door meerdere keren per dag enkele vragen te beantwoorden op de smartphone, verzamelen deelnemers belangrijke gegevens. Bijvoorbeeld over dagelijkse schommelingen in stemmingsklachten en de wisselwerking met sociale en fysieke activiteiten. De verwachtingen van dit soort zelfmetingen voor de behandelpraktijk van depressie zijn hoog. Zo zouden zelfmetingen in combinatie met gepersonaliseerde feedback ingezet kunnen worden als interventie om depressieve symptomen te verminderen. Dankzij de Stichting tot Steun VCVGZ konden we twee RCT-onderzoeken uitvoeren naar de werkzaamheid van dit soort dagboek-interventies bij depressie in een reguliere behandelsetting: ZELF-i voor mensen met depressieve klachten in de basis en gespecialiseerde GGZ (tweedelijnszorg), en Therap-i voor mensen met complexe depressieve symptomatologie in de derdelijnszorg.
De ZELF-i deelstudie onderzocht twee gestandaardiseerde dagboek-interventiemodules die aansluiten bij effectieve behandelingen voor depressie: een ‘Doe’-module met feedback gericht op positieve emoties en activiteiten en een ‘Denk’-module gericht op negatieve gevoelens, gedachten en gebeurtenissen. Dankzij de inzet van vele onderzoeksassistenten en behandelaren stroomden er 161 poliklinische patiënten de studie in, verdeeld over de twee interventiegroepen en een controlegroep. De resultaten lieten zien dat depressie-ernst in beide interventiegroepen afnam, maar dat die afname niet significant sneller of beter was dan in de controlegroep. Een dagboek-interventiemodule als add-on bij de reguliere zorg lijkt het verloop van depressieve symptomen dus niet te veranderen, ongeacht de inhoud van de module. Toch zou 86% van de 110 deelnemers die de interventie voltooiden, deze aanbevelen aan anderen. Uit de kwalitatieve studie bleek dat ook vanuit patiënten perspectief de meerwaarde van de dagboek-interventie niet zozeer in symptoomvermindering zit, maar meer in de verbetering van zelfbewustzijn, inzicht en zelfmanagement. Veel patiënten denken dat een ESM-interventie vooral wat betreft (zelf)inzicht een aanvulling kan zijn, mits de module goed toegespitst wordt op het individu en geïntegreerd is in de reguliere behandeling.
De Therap-i deelstudie richtte zich op het ontwikkelen en evalueren van een gepersonaliseerde dagboek module met interactieve feedback (samen Therap-i dagboek-interventiemmodule) als add-on bij de reguliere zorg. In het onderzoek werden 84 patiënten die reguliere psychologische behandeling kregen voor
hun complexe depressieve symptomen verdeeld over een interventie- en een controlegroep. De resultaten van de effectiviteit van de Therap-i module worden momenteel geanalyseerd en worden later dit jaar gepubliceerd. Het kwalitatieve onderzoek naar het toevoegen van de Therap-i module liet zien dat zowel
patiënten als behandelaren de module als waardevol beschouwden in het herstelproces van depressie. Als toegevoegde waarden werd genoemd; het verkrijgen van inzicht in symptoompatronen, gedrag en copingstrategieën, en deze informatie kunnen gebruiken tijdens het samen beslissen over de behandeling. Patiënten gaven aan dat de module hen hielp bij zelfreflectie en dat ze beter wisten hoe ze klachten kunnen voorkomen of verminderen, hierdoor ervoeren ze meer grip over hun depressie. Een deelnemer maakte dagelijks een kunstwerk en een reflectie geschreven, die samen met haar Therap-i dagboek leidde tot het boek De Kunst van Herstellen. Dit waardevolle boek biedt inzicht in mentale kwetsbaarheid en herstel van depressie.
Resultaten onderzoek
Thanks to smartphones, individuals experiencing depressive symptoms can now easily monitor their daily mood and environmental influences outside the clinic. By answering a few questions multiple times per day on their smartphone, participants generate valuable data, for example on daily fluctuations in affect and their interaction with social and physical activities. Expectations for such self-monitoring in depression treatment are high. Self-monitoring combined with personalized feedback could potentially serve as an intervention to reduce depressive symptoms.
With support from the Stichting tot Steun VCVGZ, we conducted two randomized controlled trials (RCTs) evaluating the effectiveness of digital diary interventions
for depression in routine clinical settings: ZELF-i, targeting individuals with diagnosed with depression in primary and specialized mental healthcare (secondary care), and Therap-i, focusing on patients with complex depressive symptomatology in tertiary care.
