Cognitie en internetgebruik bij ouderen

Een longitudinaal onderzoek bij Nederlandse en Zweedse ouderen (66+)
VUmc Amsterdam 

In het kort
Hoofdonderzoeker: Jessica Berner
Betrokken instelling:  Amsterdam UMC, locatie VUmc
Startdatum: 01-01-2016
Einddatum: 14-12-2017

De vraagstelling van het onderzoek
Door informatie- en communicatietechnologie (ICT) kunnen ouderen actief deelnemen aan de samenleving. Experimentele studies hebben aangetoond dat online interactie en gaming mentale vaardigheden kunnen verbeteren. In deze studie is de onderzoeksvraag: kan internetgebruik een beschermende factor zijn tegen cognitieve achteruitgang bij volwassenen van 66 jaar en ouder?
Er is gekozen voor een steekproef onder Nederlandse en Zweedse ouderen omdat Nederland en Zweden ten tijde van het onderzoek de hoogste percentages internetgebruikers onder ouderen in Europa hadden.

Het onderzoek
In het onderzoek werd gebruik gemaakt van data van SNAC (Swedish National Study on Aging en Care) en LASA (Longitudinal Study on Aging Amsterdam). Het bestuderen van een grote groep ouderen uit twee verschillende landen maakt de onderzoeksresultaten betrouwbaarder. Veranderen in cognitief functioneren is onderzocht tussen 2001 en 2013. De ouderen zijn getest met een gangbare test van cognitief functioneren.

Resultaten
Bij het onderzoek in Zweden waren de deelnemers, die geen afname in cognitieve score lieten zien, vaker internetgebruikers, jonger in leeftijd of zij hadden minder functionele beperkingen. In Nederland werden de deelnemers, die geen afname in cognitieve score lieten zien, alleen gekenmerkt door een jongere leeftijd. Internetgebruik speelde geen rol bij cognitieve achteruitgang. In deze studie werd dus een verband gevonden tussen internetgebruik en minder cognitieve achteruitgang gedurende een bepaalde periode in Zweden, maar niet in Nederland. De resultaten kunnen worden gezien als potentieel positief voor gezond ouder worden omdat internetgebruik een relatief eenvoudige manier is om de cognitieve functie te handhaven.