De plaats van religieuze en spirituele oriëntatie binnen psychiatrische behandeling

In het kort

Hoofdonderzoeker Joke van Nieuw Amerongen-Meeuse, MSc
Betrokken instelling Altrecht, Eleos
Startdatum 2015
Einddatum 2019
Aantal patiënten in onderzoek 45 + 200 patiënten

De vraagstelling van het onderzoek

Aangezien 53 procent van de Nederlanders zichzelf als godsdienstig aanduidt, kan de geestelijke gezondheidszorg baat hebben bij aandacht voor godsdienstigheid en spiritualiteit. Deze aandacht kan een positieve invloed hebben op de therapeutische alliantie tussen cliënt en hulpverlener, en daarmee op het behandelresultaat. Dit onderzoek zal de gewenste rol van godsdienstigheid en spiritualiteit bij intramurale behandeling onderzoeken en de invloed daarvan op de therapeutische alliantie.

Het onderzoek

In het onderzoek worden zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden gebruikt. In het kwalitatieve deel worden drie groepen van 15 patiënten geïnterviewd over hun wensen om religie en spiritualiteit een plaats te geven in de behandeling. Het gaat daarbij om protestant-christelijke patiënten van twee ggz-instellingen en om een groep patiënten zonder religieuze aanhankelijkheid. In het kwantitatieve deel, waarbij 200 religieuze en niet-religieuze patiënten betrokken zijn, wordt onderzocht welke patiënt-kenmerken de voorkeuren voorspellen over het betrekken van religie en spiritualiteit bij de behandeling. Ook de zorgverleners en hun wensen worden betrokken in het onderzoek. Tot slot wordt er een gerandomiseerd onderzoek met een controlegroep uitgevoerd.

Verwachte output

Godsdienstigheid en spiritualiteit in de behandeling kunnen de patiënt helpen beter om te gaan met zijn psychiatrische klachten, maar het kan een patiënt ook in godsdienstige nood brengen. Uit het onderzoek zal blijken welke factoren van invloed zijn op deze wisselende uitkomsten. Ook zal het onderzoek inzicht geven in de wensen van patiënten, zodat het mogelijk wordt om het type interventie in te zetten, dat het beste bij de patiënt past.