NOCDA familiestudie

In het kort

Hoofdonderzoeker D. Cath, psychiater
Betrokken instelling GGZ Ingeest
Startdatum onderzoek 1 januari 2009
Einddatum onderzoek 1 juni 2011
Aantal patiënten in onderzoek 30 patiënten, 90 familieleden

De vraagstelling van het onderzoek

Familieonderzoek bij psychiatrische aandoeningen wordt in Nederland weinig gedaan. Daar brengt de NOCDA familiestudie verandering in. Bij dit onderzoek zijn ouders, broers en zussen van OCD-patiënten betrokken. OCD staat voor Obsessive Compulsive Disorder, ook wel dwangneurose genoemd. Via de families wordt bijvoorbeeld inzicht verkregen in specifieke genen en omgevingsfactoren. Ook is familieonderzoek heel geschikt voor het bestuderen van endofenotypes. Dat zijn de stabiele kenmerken van een aandoening die los staan van de symptomen, maar die wel doorgegeven worden met de aandoening en wellicht dichter bij de ziekteoorzaak zelf staan.

Het onderzoek

In de eerste plaats worden de individu-specifieke factoren en gezinsomgevingsfactoren bestudeerd die OCD-klachten in stand houden of juist doen afnemen. Daarnaast worden de endofenotypes onderzocht die betrokken zijn bij OCD. Voor het onderzoek vullen de familieleden vragenlijsten in en worden geïnterviewd, onder andere over psychische kenmerken, leefwijze en levensgebeurtenissen. Voor de ouders zijn er aanvullende vragen over opvoedingsaspecten en ontwikkelingsaspecten van hun kinderen die meedoen aan de studie, namelijk de patiënt en een niet-aangedane broer of zus. Verder worden bij de patiënten en hun niet aangedane broer of zus neuropsychologische en experimenteel psychologische testen afgenomen, waarvan sommige in een scanparadigma.

Verwachte output

Naar verwachting wordt in deze studie een aantal individuspecifieke factoren gevonden die de patiënt van de gezonde broer of zus onderscheidt. Maar ook een aantal gemeenschappelijke factoren met betrekking tot planning, geheugen en cognitieve flexibiliteit, die ten grondslag liggen aan dwangklachten in het algemeen. De resultaten worden weergegeven in twee artikelen en een presentatie op een congres en bij de Stichting Angst, Dwang en Fobie.