Depressieve klachten bij schizofrenie

In het kort

Hoofdonderzoeker dr. C.J. Slooff, psychiater
Betrokken instelling GGZ Drenthe, Rijksuniversiteit Groningen, Rob Giel Onderzoekcentrum
Startdatum onderzoek 1 januari 2008
Einddatum onderzoek 1 januari 2011
Aantal patiënten in onderzoek 230 patiënten

De vraagstelling van het onderzoek

Uit literatuuronderzoek in 2008 bleek dat differentiaaldiagnostiek en behandeling van depressieve symptomen in het beloop van schizofrenie complex was. Omdat er zowel sprake kan zijn van depressie in engere zin, als van verliesverwerking en negatieve symptomen. In een differentiaaldiagnostisch onderzoek is gekeken naar de negatieve en depressieve symptomen en het beloop daarvan bij mensen met een schizofrenie. Er was gehoopt dat routine outcome monitoring (ROM) meer inzicht zou geven in de verschillende domeinen van deze materie. In elk geval was het overduidelijk dat schizofreniepatiënten met depressieve symptomen, ook in de remissiefase, het zwaarder te verduren hebben. Met name met betrekking tot symptomatologie en kwaliteit van leven. Dat bleek ook uit de toegepaste polypharmacie en de bijwerkingen waaronder de patiënten gebukt gaan.

Het onderzoek

Het onderzoek had als doel de behandeling van depressieve en negatieve symptomen bij schizofrenie te optimaliseren. Uit follow-uponderzoek blijkt dat depressieve symptomen bij patiënten hardnekkig zijn en dat de invloed van antidepressiva beperkt is. Negatieve symptomen zijn eveneens hardnekkig en het effect van antidepressiva daarop is twijfelachtig. Onderzoek met ROM wees uit dat eenmaal ingezette adjuvante behandeling met antidepressiva meestal wordt voortgezet, zelfs zonder evident effect. De conclusie is dat depressieve symptomatologie veel nauwkeuriger prospectief moet worden vastgelegd middels ROM en dat ingezette behandelingen met antidepressiva protocollair moeten worden vervolgd.

Verwachte output

Prospectieve screening van depressieve verschijnselen, geïncorporeerd binnen ROM. Ook zal naar verwachting betere indicatie voor antidepressiva mogelijk zijn. Het onderzoek maakt deel uit van het promotieonderzoek van mevrouw Irene Lako, hetgeen inmiddels heeft geresulteerd in diverse voordrachten, posters op internationale symposia, workshops en internationale publicatie. Tot slot is aanvullend onderzoek in voorbereiding over de relatie tussen ervaren depressie en dopaminereceptorblokkade als gevolg van de toepassing van antipsychotica.